Opvoerhoogte tuinpomp is zo’n term die op elke pompdoos staat, maar die bijna niemand écht begrijpt. En dat is jammer, want als je dit eenmaal snapt, voorkom je 80% van de miskopen en frustraties. Veel mensen kopen een pomp met “veel bar” of “veel watt” en denken: dat zal wel goed zijn. Tot ze de pomp aansluiten en merken dat:
- de sproeier veel minder bereik heeft dan verwacht,
- de pomp op zolder/tuinhuisje geen stabiele druk geeft,
- een druppelslang nauwelijks doorloopt,
- of de pomp het wel doet met één sproeier, maar niet met twee.
In dit artikel leg ik je op een duidelijke manier uit hoe drie begrippen samenhangen:
- Debiet (hoeveel water per uur)
- Druk (bar)
- Opvoerhoogte (meters)
En ik geef praktische voorbeelden die passen bij een tuin: regenton, IBC, sproeiers, druppelslang, hoogteverschil.
Dit artikel hoort bij de pijler Waterpomp tuin: complete gids. Daar vind je alle clusters en praktische stappenplannen bij elkaar.
Snelle uitleg (1 minuut)
Als je één ding onthoudt, onthoud dan dit:
- Opvoerhoogte (m) = hoe hoog een pomp water kan “tillen” in theorie.
- Druk (bar) hangt hiermee samen: 10 meter ≈ 1 bar (ruwe vuistregel).
- Debiet (L/u) daalt zodra de pomp meer hoogte/druk moet leveren.
Dus: hoe meer druk/hoogte je vraagt, hoe minder water per uur je overhoudt.
Kortom: je moet niet alleen naar “max opvoerhoogte” of “max bar” kijken, maar naar wat de pomp levert bij jouw situatie.
Wat is opvoerhoogte (m)?
Opvoerhoogte betekent letterlijk: hoeveel hoogteverschil een pomp kan overbruggen.
Stel je voor:
- je pomp staat beneden,
- je wilt water boven brengen (bijv. naar een hoger gelegen tuin, een dakterras, of een sproeier op een heuveltje),
- dan moet de pomp druk opbouwen om dat water omhoog te krijgen.
Belangrijke nuance
De opvoerhoogte op de doos is vaak de maximale opvoerhoogte.
Dat is het punt waarop de pomp nog net water “zou kunnen leveren”, maar meestal met bijna nul debiet.
Dus:
- Max opvoerhoogte ≠ “fijn werkpunt”.
- Je wilt een pomp die jouw benodigde hoogte/druk haalt met voldoende debiet.
Druk (bar): hoe vertaalt dat zich naar meters?
In de praktijk in de tuin mag je onthouden:
Vuistregel
1 bar ≈ 10 meter waterkolom
Dus:
- 2 bar ≈ 20 meter
- 3 bar ≈ 30 meter
- 4 bar ≈ 40 meter
Dit is niet bedoeld als perfecte natuurkunde, maar als praktische vertaling om pompgegevens beter te begrijpen.
Waarom dit handig is
Als je een sproeier hebt die “3 bar” prettig vindt, dan vraag je in feite om een pomp die bij jouw debiet ongeveer “30 meter” drukhoogte kan leveren. Maar let op: onderweg verlies je druk (slang, koppelingen, filter).
Debiet (L/u): waarom dit bepaalt hoeveel sproeiers je tegelijk kunt gebruiken
Debiet is simpel gezegd: hoeveel water er per uur door je systeem kan.
Bij sproeien is debiet vaak de “limiet”:
- één sproeier kan 600–1500 L/u vragen (afhankelijk van type),
- pop-up zones kunnen samen ook snel boven de 1500–2500 L/u komen.
Als je pomp bij de benodigde druk maar 900 L/u levert, dan kun je geen twee sproeiers van 800 L/u tegelijk verwachten.
Daarom sloeg “Tuinpomp voor sproeier” ook zo op zones: debiet is vaak de echte bottleneck.
De pompcurve: waarom fabrikanten een grafiek gebruiken
De pompcurve (ook wel Q-H curve) laat zien:
- bij welke opvoerhoogte (H) de pomp nog hoeveel debiet (Q) levert.
Typisch patroon:
- bij lage opvoerhoogte (bijna geen druk) → hoog debiet
- bij hoge opvoerhoogte → laag debiet
- bij maximale opvoerhoogte → debiet ≈ 0
Dit is precies waarom je niet alleen op het getal “max 45 m” moet afgaan.
Je wilt weten: Wat levert hij bij bijvoorbeeld 25–30 m?
Praktische voorbeelden (zodat het gaat leven)
Voorbeeld 1 — Regenton + tuinslang (geen sproeier, alleen water geven)
Situatie:
- pomp naast de ton
- korte slang
- je geeft water met broes/spuitpistool
Wat heb je nodig?
- niet extreem veel druk
- wel genoeg debiet om prettig te werken
Hier werkt vaak een eenvoudige zelfaanzuigende pomp prima, mits:
- goede aanzuigslang,
- filter schoon,
- geen haspel met lange dunne slang.
Voorbeeld 2 — Regenton + zwenksproeier
Situatie:
- je wilt een sproeier met mooi bereik
Je hebt dan:
- druk nodig om het sproeibeeld mooi te krijgen
- én debiet om hem stabiel te laten draaien
Als je pomp net-aan is, zie je:
- sproeier haalt maar half bereik,
- of zodra je slang langer wordt zakt alles in.
Oplossing is vaak:
- minder weerstand (dikkere slang, geen haspel),
- of zones (als je meerdere sproeiers wilt).
Voorbeeld 3 — Twee sproeiers tegelijk
Hier is de valkuil: mensen denken “meer bar” is de oplossing. Maar:
- Twee sproeiers vragen vaak vooral meer debiet.
- Als je pompcurve bij 3 bar (≈30 m) nog maar 1200 L/u levert, en jouw twee sproeiers samen 1800 L/u vragen… dan zakt de druk.
Dan is de oplossing:
- 1 sproeier tegelijk (zones),
- of sproeiers met lager verbruik,
- of een pomp die bij 3 bar wél genoeg debiet levert.
Voorbeeld 4 — Hoogteverschil in de tuin (opvoerhoogte telt echt)
Stel:
- je pomp staat bij een lage schuur,
- je wilt sproeien in een hoger gelegen deel van de tuin,
- en er zit 6 meter hoogteverschil in.
Dan “kost” dat al:
- 6 meter ≈ 0,6 bar.
En dat is nog zonder slangverlies en filterverlies.
Conclusie:
- bij hoogteverschil wil je extra marge in je pompkeuze.


Praktische tabel: tuinsituaties + richtwaarden
Onderstaande tabel is een praktische vuistregel (altijd specificaties van je sproeier checken, maar dit helpt enorm bij kiezen).
| Situatie | Richtdruk bij sproeier/afname | Opmerking |
|---|---|---|
| Water geven met broes/spuitpistool | ~1,5–2 bar | Comfort, niet super kritisch |
| Zwenksproeier gemiddeld | ~2–3 bar | Bereik en gelijkmatigheid |
| Impact/puls sproeier | ~3 bar | Werkt beter met stabiele druk |
| Pop-up spray zones | ~2 bar | Debiet per zone bewaken |
| Pop-up rotor zones | ~3–4 bar | Drukgevoelig, zones belangrijk |
Belangrijk: dit is “druk bij de sproeier”.
Je pomp moet vaak meer leveren, omdat je onderweg druk verliest.
Hoe neem je drukverlies mee? (kort en praktisch)
Drukverlies komt vaak door:
- lange dunne slangen,
- haspels,
- veel koppelingen,
- half verstopt filter,
- hoogteverschil.
Praktische aanpak:
- Houd slangen korter/dikker waar mogelijk.
- Test eens zonder haspel.
- Reinig filter regelmatig.
- Maak zones.
Veelgemaakte fouten
- Alleen naar max opvoerhoogte kijken (zonder te kijken naar debiet bij werkpunt).
- Denken dat “meer watt” automatisch beter is.
- Vergeten dat hoogteverschil meteen “bar kost”.
- Alles via een lange dunne slang/haspel laten lopen.
- Meerdere sproeiers tegelijk zonder debietberekening (geen zones).
FAQ
Wat betekent opvoerhoogte tuinpomp precies?
Het is de hoogte (in meters) die een pomp theoretisch kan overbruggen. Maar bij maximale opvoerhoogte is het debiet meestal bijna nul.
Hoe reken ik meter om naar bar?
Vuistregel: 10 meter ≈ 1 bar.
Waarom neemt debiet af bij hogere opvoerhoogte?
Omdat de pomp meer energie moet gebruiken om druk op te bouwen. Hoe meer druk, hoe minder water per tijdseenheid kan worden verplaatst.
Heb ik aan “max 45 m” genoeg voor sproeiers?
Niet per se. Je moet weten wat de pomp levert bij de druk die jouw sproeier nodig heeft (bijv. 2–3 bar). Dat zie je in de pompcurve.
Hoe weet ik hoeveel sproeiers tegelijk kunnen?
Tel het verbruik van je sproeiers op en vergelijk dat met wat je pomp levert bij de benodigde druk. In veel tuinen zijn zones de slimste oplossing.
Afsluiting
Als je opvoerhoogte tuinpomp, druk en debiet eenmaal snapt, wordt het kiezen én het oplossen van problemen veel makkelijker. Kijk niet alleen naar “max bar” of “max meters”, maar vraag jezelf steeds af:
- Welke druk heeft mijn toepassing nodig (bij de sproeier)?
- Hoeveel debiet vraagt dat totaal (aantal sproeiers)?
- Hoeveel verlies ik onderweg (slang, filter, hoogte)?
Wil je alles in één overzicht? Bekijk Waterpomp tuin: complete gids.
Handige vervolgartikelen: